~ Mary Oliver
Ik dacht dat de aarde zich mij herinnerde,
ze nam me zo teder mee terug,
haar donkere rokken ordenend, haar zakken
vol korstmossen en zaden.
Ik sliep als nooit tevoren, een steen op de rivierbedding,
niets tussen mij en het witte vuur van de sterren
behalve mijn gedachten en die zweefden licht als motten
tussen de takken van de perfecte bomen.
De hele nacht hoorde ik de kleine koninkrijken
die om me heen ademen, de insecten
en de vogels die hun werk doen in de duisternis.
De hele nacht stond en viel ik, als in water,
worstelend met een lichtend onheil. Tegen de ochtend
was ik minstens een dozijn keer verdwenen'...
in iets beters.
Ik dacht dat de aarde zich mij herinnerde,
ze nam me zo teder mee terug,
haar donkere rokken ordenend, haar zakken
vol korstmossen en zaden.
Ik sliep als nooit tevoren, een steen op de rivierbedding,
niets tussen mij en het witte vuur van de sterren
behalve mijn gedachten en die zweefden licht als motten
tussen de takken van de perfecte bomen.
De hele nacht hoorde ik de kleine koninkrijken
die om me heen ademen, de insecten
en de vogels die hun werk doen in de duisternis.
De hele nacht stond en viel ik, als in water,
worstelend met een lichtend onheil. Tegen de ochtend
was ik minstens een dozijn keer verdwenen'...
in iets beters.
45 Weergaven