Maar liefst 40.000 jaar geleden bouwden deze eilandbewoners al geavanceerde schepen, lang voor Europeanen dat konden.
Je dacht misschien: de Vikingen, die kunnen wat, en anders hebben we nog de grote zeevaarders uit eigen land, zoals Michiel de Ruiter of Willem Barentsz. Maar er waren volkeren, die al veel eerder grote boten bouwden om de wereldzeeën te bevaren.
Op de Filipijnen en andere eilanden in Zuidoost-Azië hadden de mensen 40.000 jaar geleden al geavanceerde schepen. Dat was duizenden jaren voor zelfs de Polynesiërs, die toch bekendstaan als geweldige zeevaarders, er maar over dachten om een bootje te timmeren.
Daarmee betwisten onderzoekers van de Filipijnse Ateneo de Manila University de heersende opvatting dat technologische vooruitgang tijdens de Oude Steentijd enkel uit Europa en Afrika kwam. Het is eigenlijk wel logisch dat de mensen in dit gedeelte van Zuidoost-Azië boten hadden: het gebied is noch door land, noch door ijs ooit verbonden geweest met het Aziatische vasteland, terwijl er wel bewijzen zijn van vroege menselijke bewoning. Hoe de volkeren precies de wilde oceaan zijn overgestoken blijft nog een mysterie, omdat het hout waar boten van zijn gemaakt zelden bewaard is gebleven.
Daarom zijn de nieuwe vondsten op de Filipijnen, in Indonesië en op Oost-Timor zo bijzonder. Microscopische analyse van stenen gereedschappen die er zijn opgegraven en die dateren van zo’n 40.000 jaar geleden, laten duidelijke sporen zien van de bewerking van planten, met name van vezels die nodig waren voor het maken van touwen, netten en bindingen voor het bouwen van boten en het vissen op open zee. Het is sterk bewijs dat de zeevaarders er beschikten over technologie die vergelijkbaar is met die van veel latere beschavingen.
Bewijs van technologie voor het bewerken van planten toont aan dat de prehistorische volkeren van de Filippijnen geavanceerde zeevaartuigen bezaten. Afbeelding: Fuentes en Pawlik
Op de archeologische vindplaatsen zijn ook overblijfselen van diepzeevis zoals tonijnen en haaien gevonden en van visgerei waaronder vishaken en netverzwaring. “De gevonden overblijfselen van grote roofvissen duiden erop dat de zeevaart geavanceerd was en dat de zeevaarders kennis hadden van de seizoensgebondenheid en migratieroutes van deze vissoorten”, aldus de onderzoekers in hun artikel. “De ontdekking van visgereedschap duidt erop dat ze sterk en goed gemaakt touwwerk en vislijnen hadden om de zeedieren te vangen.”
Deze oude zeevaarders bouwden dus waarschijnlijk geavanceerde boten van organisch materiaal dat bijeen werd gehouden met touwen op plantaardige basis. Deze touwtechnologie gebruikten ze vermoedelijk ook voor het vissen op open zee.
Als dit klopt, en daar lijkt het wel op, dan verandert dat het beeld dat we hebben van de mensen die richting de Aziatische eilanden trokken. Dit waren geen amateurs, die op een wankel bamboevlotje ternauwernood een eiland wisten te bereiken, maar zeer vaardige zeelieden die de kennis en technologie hadden om enorme afstanden af te leggen en diepe wateren over te varen.
De onderzoekers besloten na jarenlang veldwerk op het piepkleine Ilin Island, voor de kust van het veel grotere Mindoro, verder te gaan testen of hun idee correct is. Ze startten samen met scheepsarchitecten het project First Long-Distance Open-Sea Watercrafts (FLOW) om te kijken of met de oude grondstoffen ook echt schepen te bouwen zijn. Ze maken ook modellen van verkleinde zeeschepen om te testen hoe ver je daarmee komt.
Maar nu al concluderen ze dat de aanwezigheid van geavanceerde maritieme technologie in de prehistorie in Zuidoost-Azië duidelijk maakt hoe vindingrijk de Filipijnse volkeren waren. Hun kennis van de scheepsbouw maakte de regio waarschijnlijk tienduizenden jaren geleden tot een centrum voor technologische innovatie en legde de basis voor de maritieme tradities die nu nog steeds belangrijk zijn in de regio.
Je dacht misschien: de Vikingen, die kunnen wat, en anders hebben we nog de grote zeevaarders uit eigen land, zoals Michiel de Ruiter of Willem Barentsz. Maar er waren volkeren, die al veel eerder grote boten bouwden om de wereldzeeën te bevaren.
Op de Filipijnen en andere eilanden in Zuidoost-Azië hadden de mensen 40.000 jaar geleden al geavanceerde schepen. Dat was duizenden jaren voor zelfs de Polynesiërs, die toch bekendstaan als geweldige zeevaarders, er maar over dachten om een bootje te timmeren.
Daarmee betwisten onderzoekers van de Filipijnse Ateneo de Manila University de heersende opvatting dat technologische vooruitgang tijdens de Oude Steentijd enkel uit Europa en Afrika kwam. Het is eigenlijk wel logisch dat de mensen in dit gedeelte van Zuidoost-Azië boten hadden: het gebied is noch door land, noch door ijs ooit verbonden geweest met het Aziatische vasteland, terwijl er wel bewijzen zijn van vroege menselijke bewoning. Hoe de volkeren precies de wilde oceaan zijn overgestoken blijft nog een mysterie, omdat het hout waar boten van zijn gemaakt zelden bewaard is gebleven.
Daarom zijn de nieuwe vondsten op de Filipijnen, in Indonesië en op Oost-Timor zo bijzonder. Microscopische analyse van stenen gereedschappen die er zijn opgegraven en die dateren van zo’n 40.000 jaar geleden, laten duidelijke sporen zien van de bewerking van planten, met name van vezels die nodig waren voor het maken van touwen, netten en bindingen voor het bouwen van boten en het vissen op open zee. Het is sterk bewijs dat de zeevaarders er beschikten over technologie die vergelijkbaar is met die van veel latere beschavingen.
Bewijs van technologie voor het bewerken van planten toont aan dat de prehistorische volkeren van de Filippijnen geavanceerde zeevaartuigen bezaten. Afbeelding: Fuentes en Pawlik
Op de archeologische vindplaatsen zijn ook overblijfselen van diepzeevis zoals tonijnen en haaien gevonden en van visgerei waaronder vishaken en netverzwaring. “De gevonden overblijfselen van grote roofvissen duiden erop dat de zeevaart geavanceerd was en dat de zeevaarders kennis hadden van de seizoensgebondenheid en migratieroutes van deze vissoorten”, aldus de onderzoekers in hun artikel. “De ontdekking van visgereedschap duidt erop dat ze sterk en goed gemaakt touwwerk en vislijnen hadden om de zeedieren te vangen.”
Deze oude zeevaarders bouwden dus waarschijnlijk geavanceerde boten van organisch materiaal dat bijeen werd gehouden met touwen op plantaardige basis. Deze touwtechnologie gebruikten ze vermoedelijk ook voor het vissen op open zee.
Als dit klopt, en daar lijkt het wel op, dan verandert dat het beeld dat we hebben van de mensen die richting de Aziatische eilanden trokken. Dit waren geen amateurs, die op een wankel bamboevlotje ternauwernood een eiland wisten te bereiken, maar zeer vaardige zeelieden die de kennis en technologie hadden om enorme afstanden af te leggen en diepe wateren over te varen.
De onderzoekers besloten na jarenlang veldwerk op het piepkleine Ilin Island, voor de kust van het veel grotere Mindoro, verder te gaan testen of hun idee correct is. Ze startten samen met scheepsarchitecten het project First Long-Distance Open-Sea Watercrafts (FLOW) om te kijken of met de oude grondstoffen ook echt schepen te bouwen zijn. Ze maken ook modellen van verkleinde zeeschepen om te testen hoe ver je daarmee komt.
Maar nu al concluderen ze dat de aanwezigheid van geavanceerde maritieme technologie in de prehistorie in Zuidoost-Azië duidelijk maakt hoe vindingrijk de Filipijnse volkeren waren. Hun kennis van de scheepsbouw maakte de regio waarschijnlijk tienduizenden jaren geleden tot een centrum voor technologische innovatie en legde de basis voor de maritieme tradities die nu nog steeds belangrijk zijn in de regio.
Maar liefst 40.000 jaar geleden bouwden deze eilandbewoners al geavanceerde schepen, lang voor Europeanen dat konden.
Je dacht misschien: de Vikingen, die kunnen wat, en anders hebben we nog de grote zeevaarders uit eigen land, zoals Michiel de Ruiter of Willem Barentsz. Maar er waren volkeren, die al veel eerder grote boten bouwden om de wereldzeeën te bevaren.
Op de Filipijnen en andere eilanden in Zuidoost-Azië hadden de mensen 40.000 jaar geleden al geavanceerde schepen. Dat was duizenden jaren voor zelfs de Polynesiërs, die toch bekendstaan als geweldige zeevaarders, er maar over dachten om een bootje te timmeren.
Daarmee betwisten onderzoekers van de Filipijnse Ateneo de Manila University de heersende opvatting dat technologische vooruitgang tijdens de Oude Steentijd enkel uit Europa en Afrika kwam. Het is eigenlijk wel logisch dat de mensen in dit gedeelte van Zuidoost-Azië boten hadden: het gebied is noch door land, noch door ijs ooit verbonden geweest met het Aziatische vasteland, terwijl er wel bewijzen zijn van vroege menselijke bewoning. Hoe de volkeren precies de wilde oceaan zijn overgestoken blijft nog een mysterie, omdat het hout waar boten van zijn gemaakt zelden bewaard is gebleven.
Daarom zijn de nieuwe vondsten op de Filipijnen, in Indonesië en op Oost-Timor zo bijzonder. Microscopische analyse van stenen gereedschappen die er zijn opgegraven en die dateren van zo’n 40.000 jaar geleden, laten duidelijke sporen zien van de bewerking van planten, met name van vezels die nodig waren voor het maken van touwen, netten en bindingen voor het bouwen van boten en het vissen op open zee. Het is sterk bewijs dat de zeevaarders er beschikten over technologie die vergelijkbaar is met die van veel latere beschavingen.
Bewijs van technologie voor het bewerken van planten toont aan dat de prehistorische volkeren van de Filippijnen geavanceerde zeevaartuigen bezaten. Afbeelding: Fuentes en Pawlik
Op de archeologische vindplaatsen zijn ook overblijfselen van diepzeevis zoals tonijnen en haaien gevonden en van visgerei waaronder vishaken en netverzwaring. “De gevonden overblijfselen van grote roofvissen duiden erop dat de zeevaart geavanceerd was en dat de zeevaarders kennis hadden van de seizoensgebondenheid en migratieroutes van deze vissoorten”, aldus de onderzoekers in hun artikel. “De ontdekking van visgereedschap duidt erop dat ze sterk en goed gemaakt touwwerk en vislijnen hadden om de zeedieren te vangen.”
Deze oude zeevaarders bouwden dus waarschijnlijk geavanceerde boten van organisch materiaal dat bijeen werd gehouden met touwen op plantaardige basis. Deze touwtechnologie gebruikten ze vermoedelijk ook voor het vissen op open zee.
Als dit klopt, en daar lijkt het wel op, dan verandert dat het beeld dat we hebben van de mensen die richting de Aziatische eilanden trokken. Dit waren geen amateurs, die op een wankel bamboevlotje ternauwernood een eiland wisten te bereiken, maar zeer vaardige zeelieden die de kennis en technologie hadden om enorme afstanden af te leggen en diepe wateren over te varen.
De onderzoekers besloten na jarenlang veldwerk op het piepkleine Ilin Island, voor de kust van het veel grotere Mindoro, verder te gaan testen of hun idee correct is. Ze startten samen met scheepsarchitecten het project First Long-Distance Open-Sea Watercrafts (FLOW) om te kijken of met de oude grondstoffen ook echt schepen te bouwen zijn. Ze maken ook modellen van verkleinde zeeschepen om te testen hoe ver je daarmee komt.
Maar nu al concluderen ze dat de aanwezigheid van geavanceerde maritieme technologie in de prehistorie in Zuidoost-Azië duidelijk maakt hoe vindingrijk de Filipijnse volkeren waren. Hun kennis van de scheepsbouw maakte de regio waarschijnlijk tienduizenden jaren geleden tot een centrum voor technologische innovatie en legde de basis voor de maritieme tradities die nu nog steeds belangrijk zijn in de regio.
0 Comments
0 Shares
128 Views