Dreumes Doordenkertje:
De Bach familie was zeer uitgebreid. Ik bedoel hier niet alleen het gezin van vader Johan Sebastiaan Bach mee, maar de familie in bredere zin van het woord.
De nu beroemdste telg was natuurlijk Johan Sebastiaan. Het oeuvre van hem is absoluut enorm.
Andras Schiff zei erover: Het noteren alleen al zou 30 jaar van iemands leven eisen.
J.S. Bach had 18 kinderen als ik mij niet vergis. Zijn oeuvre is een eeuw lang in de vergetelheid geraakt en weer herontdekt door Felix Mendelssohn-Bartholdi.
Ik kan niet geloven dat alle onder BWV gerangschikte werken door J.S. Bach zijn gecomponeerd en beetje bij beetje ontdek ik aanwijzingen dat veel stukken niet van hem zijn maar van leerlingen, andere familieleden etc.
Maar: J.S. Bach had een heel bijzondere manier om partitituren te schrijven en dat zonder fouten en doorhalingen.
Wat is er in die 100 jaar vergetelheid zo onduidelijk geworden, dat de oorsprong van veel muziekstukken maar gemakkelijk op één hoop zijn geschoven?
Ik heb bovenstaande eens voorgelegd aan een kennis, maar die reageerde boos en verweet mij heiligschennis te plegen!
Professor Weetveel:
Uw scherpe intuïtie klopt historisch gezien volledig. Uw kennis reageerde waarschijnlijk vanuit een 19e-eeuws romantisch ideaalbeeld van het 'genie', maar de musicologie geeft u groot gelijk.
De Bach-Werke-Verzeichnis (BWV) bevat inderdaad tientallen stukken die (zeer waarschijnlijk) niet door Johann Sebastian zelf zijn geschreven, maar door zonen, leerlingen of tijdgenoten. Dat deze werken in die honderd jaar vergetelheid zo gemakkelijk op één hoop zijn geveegd, heeft een aantal duidelijke musicologische oorzaken:


1. De verdeling van de erfenis
Na de dood van Bach in 1750 werd zijn enorme stapel partituren haastig verdeeld onder zijn nabestaanden. Zijn zonen (zoals Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel) kregen elk een deel. Wilhelm Friedemann raakte in geldnood en verkocht losse vellen en manuscripten zonder fatsoenlijke administratie bij te houden. Hierdoor raakte de context van de collectie volledig versnipperd.


2. Het ontbreken van handtekeningen en auteursrecht
In de barok bestond er geen auteursrecht en was het niet gebruikelijk om elk blad te signeren. Bach verzamelde muziek van anderen ter studie (zoals van Vivaldi of Telemann), schreef deze met de hand over en bewaarde ze in dezelfde mappen als zijn eigen werk. Toen deze mappen een eeuw later werden teruggevonden, nam men automatisch aan dat alles in die map door de meester zelf was gecomponeerd.


3. De Bach-werkplaats (kopieerders)
Bach runde in Leipzig een soort familiebedrijf. Zijn vrouw Anna Magdalena, zijn zonen en zijn studenten hielpen hem dagelijks met het kopiëren van partituren voor de wekelijkse kerkdiensten. Anna Magdalena had een handschrift dat zo extreem veel leek op dat van haar man, dat experts vandaag de dag nog steeds ruziën over wie wat heeft opgeschreven (zoals bij de beroemde Cello Suites).


4. Het 'Schoonschrift'-misverstand
U noemt terecht zijn perfecte partituren zonder fouten. Musicologen weten nu dat dit vaak 'fair copies' (reynschriften) waren: nette kopieën die hij maakte nadat het stuk al op kladpapier (of in zijn hoofd) was uitgewerkt. Omdat de kladversies vaak direct werden weggegooid om papier te besparen, bleven alleen de foutloze manuscripten over. Toen de 19e-eeuwse herontdekkers dit zagen, dachten ze dat Bachs handschrift altijd feilloos was. Een netjes afschrift van een leerling werd zo al snel voor een authentieke Bach aangezien.
Bekende 'Bach'-werken die niet van hem zijn:
• Menuet in G (BWV Anh. 114): Het wereldberoemde pianostukje uit het Notenbüchlein voor Anna Magdalena Bach blijkt in de 20e eeuw te zijn geïdentificeerd als een werk van Christian Petzold.
• Toccata en Fuga in d-moll (BWV 565): Zelfs over dit ultieme Bach-werk (het bekende griezelorgel-thema) bestaat onder topmusicologen nog altijd grote twijfel of het niet stiekem door een tijdgenoot of leerling is geschreven vanwege de atypische stijl.
Kortom: de rommelige erfenis, het kopiëren binnen de familie en het gebrek aan naamvermeldingen zorgden ervoor dat de 19e-eeuwse herontdekkers alles met de stempel 'Bach' blindelings aan Johann Sebastian toeschreven. Uw kritische blik is dus geen heiligschennis, maar pure historische realiteit.
Dreumes Doordenkertje: De Bach familie was zeer uitgebreid. Ik bedoel hier niet alleen het gezin van vader Johan Sebastiaan Bach mee, maar de familie in bredere zin van het woord. De nu beroemdste telg was natuurlijk Johan Sebastiaan. Het oeuvre van hem is absoluut enorm. Andras Schiff zei erover: Het noteren alleen al zou 30 jaar van iemands leven eisen. J.S. Bach had 18 kinderen als ik mij niet vergis. Zijn oeuvre is een eeuw lang in de vergetelheid geraakt en weer herontdekt door Felix Mendelssohn-Bartholdi. Ik kan niet geloven dat alle onder BWV gerangschikte werken door J.S. Bach zijn gecomponeerd en beetje bij beetje ontdek ik aanwijzingen dat veel stukken niet van hem zijn maar van leerlingen, andere familieleden etc. Maar: J.S. Bach had een heel bijzondere manier om partitituren te schrijven en dat zonder fouten en doorhalingen. Wat is er in die 100 jaar vergetelheid zo onduidelijk geworden, dat de oorsprong van veel muziekstukken maar gemakkelijk op één hoop zijn geschoven? Ik heb bovenstaande eens voorgelegd aan een kennis, maar die reageerde boos en verweet mij heiligschennis te plegen! Professor Weetveel: Uw scherpe intuïtie klopt historisch gezien volledig. Uw kennis reageerde waarschijnlijk vanuit een 19e-eeuws romantisch ideaalbeeld van het 'genie', maar de musicologie geeft u groot gelijk. De Bach-Werke-Verzeichnis (BWV) bevat inderdaad tientallen stukken die (zeer waarschijnlijk) niet door Johann Sebastian zelf zijn geschreven, maar door zonen, leerlingen of tijdgenoten. Dat deze werken in die honderd jaar vergetelheid zo gemakkelijk op één hoop zijn geveegd, heeft een aantal duidelijke musicologische oorzaken: 1. De verdeling van de erfenis Na de dood van Bach in 1750 werd zijn enorme stapel partituren haastig verdeeld onder zijn nabestaanden. Zijn zonen (zoals Wilhelm Friedemann en Carl Philipp Emanuel) kregen elk een deel. Wilhelm Friedemann raakte in geldnood en verkocht losse vellen en manuscripten zonder fatsoenlijke administratie bij te houden. Hierdoor raakte de context van de collectie volledig versnipperd. 2. Het ontbreken van handtekeningen en auteursrecht In de barok bestond er geen auteursrecht en was het niet gebruikelijk om elk blad te signeren. Bach verzamelde muziek van anderen ter studie (zoals van Vivaldi of Telemann), schreef deze met de hand over en bewaarde ze in dezelfde mappen als zijn eigen werk. Toen deze mappen een eeuw later werden teruggevonden, nam men automatisch aan dat alles in die map door de meester zelf was gecomponeerd. 3. De Bach-werkplaats (kopieerders) Bach runde in Leipzig een soort familiebedrijf. Zijn vrouw Anna Magdalena, zijn zonen en zijn studenten hielpen hem dagelijks met het kopiëren van partituren voor de wekelijkse kerkdiensten. Anna Magdalena had een handschrift dat zo extreem veel leek op dat van haar man, dat experts vandaag de dag nog steeds ruziën over wie wat heeft opgeschreven (zoals bij de beroemde Cello Suites). 4. Het 'Schoonschrift'-misverstand U noemt terecht zijn perfecte partituren zonder fouten. Musicologen weten nu dat dit vaak 'fair copies' (reynschriften) waren: nette kopieën die hij maakte nadat het stuk al op kladpapier (of in zijn hoofd) was uitgewerkt. Omdat de kladversies vaak direct werden weggegooid om papier te besparen, bleven alleen de foutloze manuscripten over. Toen de 19e-eeuwse herontdekkers dit zagen, dachten ze dat Bachs handschrift altijd feilloos was. Een netjes afschrift van een leerling werd zo al snel voor een authentieke Bach aangezien. Bekende 'Bach'-werken die niet van hem zijn: • Menuet in G (BWV Anh. 114): Het wereldberoemde pianostukje uit het Notenbüchlein voor Anna Magdalena Bach blijkt in de 20e eeuw te zijn geïdentificeerd als een werk van Christian Petzold. • Toccata en Fuga in d-moll (BWV 565): Zelfs over dit ultieme Bach-werk (het bekende griezelorgel-thema) bestaat onder topmusicologen nog altijd grote twijfel of het niet stiekem door een tijdgenoot of leerling is geschreven vanwege de atypische stijl. Kortom: de rommelige erfenis, het kopiëren binnen de familie en het gebrek aan naamvermeldingen zorgden ervoor dat de 19e-eeuwse herontdekkers alles met de stempel 'Bach' blindelings aan Johann Sebastian toeschreven. Uw kritische blik is dus geen heiligschennis, maar pure historische realiteit.
0 Comments 0 Shares 13 Views
FriendHyve https://friendhyve.com