Tussen Slijptol en Zwarte Lippen, Koffie, Chaos en Kleurspoeling
Het is nooit saai hier in huize Verhalenverteller. Echt nooit. Ik, Kylian, staar naar mijn koffie met een zucht. Het is nog geen zeven uur, maar de dag belooft alweer een rollercoaster te worden.
In de garage, die aanvoelt als een permanente staat van beleg, is Tjeu, mijn zoon van vijftien, alweer bezig. Het geluid van een slijptol vermengt zich met de dreunende bas van de muziek die hij luistert. Tjeu is een techneut in hart en nieren. Zijn Zündapp staat al maanden glimmend te pronken, klaar voor de dag dat hij eindelijk zijn rijbewijs haalt. Maar nu is het een oude Mini die zijn aandacht heeft. Een wrak, zou Laura, mijn vrouw, waarschijnlijk zeggen. Ik zie het als een potentieel meesterwerk. Net als Tjeu. Hij is net ik vroeger, altijd aan het sleutelen, altijd vragen stellend over hoe dingen werken. Ik ben zijn wandelende vraagbaak, al voel ik me soms meer een vertaler van wartaal.
En dan is er Jessie, Tjeus tweelingzus. Terwijl Tjeu de metalen wereld omarmt, is Jessie de koningin van de mode. Vandaag lijkt het een goth-dag te zijn. Zwarte lippen, zware mascara, en ik vermoed dat ik ergens nog een koker met zwarte haarverf kan vinden die ze heeft gejat. Morgen kan het weer punk zijn, inclusief felgekleurde haren en een nieuwe piercing die we dan weer moeten zoeken op internet om er zeker van te zijn dat het steriel gezet is geweest, en in de juiste huidlaag. Jessie lijkt sprekend op Laura toen ze jong was. Ik zie Laura en Jessie vaak samen, ze zijn net twee handen op een buik, beste vriendinnen ondanks alle puberperikelen. Je zou bijna vergeten dat ze moeder en dochter zijn. Ik wacht met spanning op de dag dat Jessie aan Laura vraagt of ze ook tatoeages mag. En eerlijk gezegd, ik ben even bang dat Laura er dan meteen een paar bij haar zet ook. Laura is tatoeëerder, moet je weten. En niet de minste.
Het meest gekke is dat die twee, Tjeu en Jessie, samen een dodelijk duo vormen. Ze zijn tweeling, door en door. Lief, hulpvaardig, maar altijd met een ondeugende streek achter de hand. Laatst hadden ze de zout en suiker verwisseld, dat was op zich niet zo erg, maar de reactie van mijn schoonmoeder toen ze haar koffie dronk was tenenkrommend.
Laura, mijn lieftallige wederhelft, komt de keuken binnen. Haar donkerblonde krullen zitten in een nonchalante knot bovenop haar hoofd en ze draagt een van haar vele shirts met een doodskopprint. Ze gaapt en kijkt me aan met een blik die zegt: "Wat staat ons vandaag weer te wachten?"
"Ik hoor Tjeu alweer", zeg ik, nippend aan mijn koffie. "En ik denk dat Jessie een nieuwe kleur haar heeft."
Laura lacht. "Ach, ze vermaken zich. Zolang ze de boel niet in de fik steken, vind ik het prima."
"Dat is wat je nu zegt", mompel ik.
Ze geeft me een kus op mijn wang. "Kom op, Kylian. Het is toch juist leuk? Het is nooit saai, toch?"
En daar heeft ze gelijk. Het is nooit saai. Soms is het chaotisch, soms is het stressvol, maar het is altijd… levendig. Met Tjeu en Jessie in huis houden Laura en ik ons hart soms vast. Maar we zouden het voor geen goud willen missen. Want tussen alle vliegende onderdelen, flitsende haarkleuren en constante gelach, zit een hoop liefde. En dat is uiteindelijk het enige dat telt. Toch? Ik zet mijn koffie neer en ga op weg naar de garage. Misschien kan ik Tjeu nog helpen, of in ieder geval proberen te voorkomen dat hij zichzelf elektrocuteert. Want in huize Verhalenverteller begint de dag met een knal, en wie weet waar hij eindigt.
Voor meer puber perikelen:
https://www.boekenbestellen.nl/boek/leven-met-een-puberdochter/9789465113753
Tussen Slijptol en Zwarte Lippen, Koffie, Chaos en Kleurspoeling
Het is nooit saai hier in huize Verhalenverteller. Echt nooit. Ik, Kylian, staar naar mijn koffie met een zucht. Het is nog geen zeven uur, maar de dag belooft alweer een rollercoaster te worden.
In de garage, die aanvoelt als een permanente staat van beleg, is Tjeu, mijn zoon van vijftien, alweer bezig. Het geluid van een slijptol vermengt zich met de dreunende bas van de muziek die hij luistert. Tjeu is een techneut in hart en nieren. Zijn Zündapp staat al maanden glimmend te pronken, klaar voor de dag dat hij eindelijk zijn rijbewijs haalt. Maar nu is het een oude Mini die zijn aandacht heeft. Een wrak, zou Laura, mijn vrouw, waarschijnlijk zeggen. Ik zie het als een potentieel meesterwerk. Net als Tjeu. Hij is net ik vroeger, altijd aan het sleutelen, altijd vragen stellend over hoe dingen werken. Ik ben zijn wandelende vraagbaak, al voel ik me soms meer een vertaler van wartaal.
En dan is er Jessie, Tjeus tweelingzus. Terwijl Tjeu de metalen wereld omarmt, is Jessie de koningin van de mode. Vandaag lijkt het een goth-dag te zijn. Zwarte lippen, zware mascara, en ik vermoed dat ik ergens nog een koker met zwarte haarverf kan vinden die ze heeft gejat. Morgen kan het weer punk zijn, inclusief felgekleurde haren en een nieuwe piercing die we dan weer moeten zoeken op internet om er zeker van te zijn dat het steriel gezet is geweest, en in de juiste huidlaag. Jessie lijkt sprekend op Laura toen ze jong was. Ik zie Laura en Jessie vaak samen, ze zijn net twee handen op een buik, beste vriendinnen ondanks alle puberperikelen. Je zou bijna vergeten dat ze moeder en dochter zijn. Ik wacht met spanning op de dag dat Jessie aan Laura vraagt of ze ook tatoeages mag. En eerlijk gezegd, ik ben even bang dat Laura er dan meteen een paar bij haar zet ook. Laura is tatoeëerder, moet je weten. En niet de minste.
Het meest gekke is dat die twee, Tjeu en Jessie, samen een dodelijk duo vormen. Ze zijn tweeling, door en door. Lief, hulpvaardig, maar altijd met een ondeugende streek achter de hand. Laatst hadden ze de zout en suiker verwisseld, dat was op zich niet zo erg, maar de reactie van mijn schoonmoeder toen ze haar koffie dronk was tenenkrommend.
Laura, mijn lieftallige wederhelft, komt de keuken binnen. Haar donkerblonde krullen zitten in een nonchalante knot bovenop haar hoofd en ze draagt een van haar vele shirts met een doodskopprint. Ze gaapt en kijkt me aan met een blik die zegt: "Wat staat ons vandaag weer te wachten?"
"Ik hoor Tjeu alweer", zeg ik, nippend aan mijn koffie. "En ik denk dat Jessie een nieuwe kleur haar heeft."
Laura lacht. "Ach, ze vermaken zich. Zolang ze de boel niet in de fik steken, vind ik het prima."
"Dat is wat je nu zegt", mompel ik.
Ze geeft me een kus op mijn wang. "Kom op, Kylian. Het is toch juist leuk? Het is nooit saai, toch?"
En daar heeft ze gelijk. Het is nooit saai. Soms is het chaotisch, soms is het stressvol, maar het is altijd… levendig. Met Tjeu en Jessie in huis houden Laura en ik ons hart soms vast. Maar we zouden het voor geen goud willen missen. Want tussen alle vliegende onderdelen, flitsende haarkleuren en constante gelach, zit een hoop liefde. En dat is uiteindelijk het enige dat telt. Toch? Ik zet mijn koffie neer en ga op weg naar de garage. Misschien kan ik Tjeu nog helpen, of in ieder geval proberen te voorkomen dat hij zichzelf elektrocuteert. Want in huize Verhalenverteller begint de dag met een knal, en wie weet waar hij eindigt.
Voor meer puber perikelen:
https://www.boekenbestellen.nl/boek/leven-met-een-puberdochter/9789465113753
