Zuurkool-Rookworstkroket met Goudse kaas en Dijonmosterd
Een nieuwe Nederlandse kroketuitvinding
Wat krijg je als je een dampend bord zuurkool met rookworst en een flinke lepel mosterd in een kroket stopt? Juist: deze heerlijke Zuurkool-Rookworstkroket. ๐
We nemen de vertrouwde smaken van een echte Nederlandse wintermaaltijd en stoppen ze in een krokant jasje. De vulling is romig en hartig, met frisse zuurkool, kleine stukjes kruidige rookworst en kleine blokjes Goudse kaas die tijdens het frituren zacht en smeuïg worden.
En natuurlijk hoort daar een flinke dot Dijonmosterd bij. De scherpe, frisse mosterd snijdt prachtig door de rijke vulling en zorgt ervoor dat iedere hap mooi in balans blijft.
Eigenlijk is het gewoon zuurkoolstamppot met rookworst, kaas en mosterd — maar dan in een krokant jasje. En eerlijk gezegd is dat helemaal geen slecht idee. ๐
Aantal: 10–12 kroketten
Voorbereiding: ca. 35 minuten
Koeltijd: minimaal 4 uur, bij voorkeur een hele nacht
Paneren & frituren: ca. 30 minuten
Totale actieve bereiding: ca. 1 uur en 5 minuten
Moeilijkheid: โญโญโญโโ
๐ Ingrediënten
Voor 10–12 kroketten
Voor de vulling
- 300 g zuurkool
- 200 g rookworst
- 75–100 g jonge of belegen Goudse kaas
- 40 g roomboter
- 40 g bloem
- 250 ml krachtige runder- of kippenbouillon
- 1 kleine ui
- 1 flinke theelepel Dijonmosterd
- ½ theelepel zwarte peper
- Een klein snufje nootmuskaat
- 1 theelepel Worcestersaus (optioneel)
Voor het paneren
- Bloem
- 2 eieren
- Paneermeel
- Eventueel een beetje panko voor extra crunch
Voor het frituren en serveren
- Neutrale frituurolie
- Goede Dijonmosterd
๐จ๐ณ Bereiding
1. Bereid de zuurkool
Laat de zuurkool zeer goed uitlekken en knijp hem daarna stevig uit. Dit is belangrijk: hoe meer vocht er in de zuurkool achterblijft, hoe moeilijker het wordt om een stevige kroketvulling te maken.
Hak de zuurkool vervolgens wat fijner. Zo krijg je een mooie verdeling van de ingrediënten en voorkom je lange slierten die bij het vormen van de kroketten in de weg zitten.
2. Bereid de rookworst
Snijd de rookworst in kleine blokjes van ongeveer 4 millimeter.
Bak ongeveer de helft van de blokjes kort aan in een droge koekenpan. Geef ze net genoeg tijd om een licht geroosterd randje te krijgen. Hierdoor ontstaat extra hartigheid en een heerlijke geroosterde smaak.
Schep de gebakken rookworst uit de pan en zet apart. De andere helft houden we ongegaard.
3. Maak de ragout
Snipper de ui zeer fijn. Smelt de boter in een pan en fruit de ui op laag vuur totdat hij zacht en glazig is.
Voeg de bloem toe en roer goed door. Laat de bloem enkele minuten rustig garen terwijl je blijft roeren. Dit vormt de basis van onze ragout.
Voeg vervolgens beetje bij beetje de krachtige bouillon toe. Blijf stevig roeren totdat er een dikke, stevige ragout ontstaat.
Roer de Dijonmosterd, zwarte peper, nootmuskaat en eventueel de Worcestersaus erdoor.
Voeg daarna de fijngehakte zuurkool en alle rookworst toe. Meng alles goed door elkaar.
De ragout moet echt stevig zijn. Wanneer je met een spatel door de pan gaat, moet de massa langzaam terugvallen en niet als een saus uitvloeien. Een te slappe ragout maakt het vormen van de kroketten later onnodig lastig.
4. Laat de vulling volledig afkoelen
Schep de warme vulling in een lage schaal en dek deze af.
Laat de vulling eerst afkoelen tot kamertemperatuur en zet hem daarna minimaal 4 uur in de koelkast. Nog beter is het om de vulling een hele nacht te laten opstijven.
Een goed gekoelde vulling is veel steviger en daardoor gemakkelijker te vormen.
5. Voeg de Goudse kaas toe
Snijd de Goudse kaas in kleine blokjes van ongeveer 3–4 millimeter.
Meng de kaas pas door de volledig afgekoelde vulling.
Dit is bewust zo gedaan. We willen niet dat de kaas tijdens het maken van de ragout volledig oplost. De kleine kaasblokjes moeten tijdens het frituren juist veranderen in kleine, zachte stukjes gesmolten kaas.
6. Vorm de kroketten
Verdeel de koude vulling in 10–12 gelijke porties. Vorm iedere portie met koele handen tot een stevige kroket.
Leg de gevormde kroketten op een schaal en zet ze nog ongeveer 30 minuten in de koelkast. Hierdoor worden ze steviger en blijven ze tijdens het paneren beter in vorm.
7. Paneer de kroketten
Zet drie schaaltjes klaar: één met bloem, één met losgeklopt ei en één met paneermeel.
Haal iedere kroket achtereenvolgens door:
BLOEM → EI → PANEERMEEL → EI → PANEERMEEL
Voor een extra stevige en krokante korst kun je het paneermeel mengen met een beetje panko. Druk het paneermeel voorzichtig maar stevig rondom de kroket aan.
8. Frituren
Verhit de frituurolie tot 175–180 °C.
Frituur de kroketten in kleine porties totdat ze mooi goudbruin en krokant zijn. Door niet te veel kroketten tegelijk in de frituur te doen, blijft de temperatuur van de olie beter op peil.
Laat de kroketten na het frituren kort uitlekken. Nog beter is om ze op een rooster te leggen, zodat de onderkant krokant blijft.
๐ฅ Serveren
Serveer de Zuurkool-Rookworstkroketten zo warm mogelijk met een flinke lepel Dijonmosterd.
De frisse scherpte van de Dijonmosterd snijdt prachtig door de romige en hartige vulling. De zuurkool zorgt voor een lichtzure frisheid, de rookworst geeft die typische rokerige Nederlandse smaak en de gesmolten Goudse kaas maakt het geheel zacht, rond en heerlijk smeuïg.
Voor een borrel kun je de kroketten ook serveren met kleine schaaltjes Dijonmosterd, grove mosterd en eventueel wat zoetzure augurk.
๐ Het resultaat
Bij de eerste hap hoor je de krokante korst breken. Daarna volgt een romige, hartige vulling met frisse zuurkool en kleine stukjes rookworst. Tussen die vulling zitten kleine pareltjes Goudse kaas die tijdens het frituren zacht en smeuïg zijn geworden.
Zuurkoolstamppot + rookworst + Goudse kaas + Dijonmosterd → één fantastische kroket. ๐ฅ๐ญ๐ง
Dit is typisch zo'n snack waarbij een vertrouwd Nederlands gerecht ineens een compleet nieuwe vorm krijgt. Een beetje nostalgie, een beetje keukenlab en vooral heel veel krokante gezelligheid.